Aantal bloedtransfusies bij hartoperaties neemt af

hartoperatie

Bloedverlies en met name de daaruit voortvloeiende bloedtransfusies blijken schadelijk te zijn voor het herstel na een hartoperatie. In sommige gevallen verhogen zij zelfs het risico op complicaties. Tijdens hartoperaties kunnen er namelijk, als gevolg van bloedverlies problemen ontstaan. Bloeddruk, bloedstolling en andere functies van het bloed en de bloedsomloop kunnen in negatieve zin beïnvloed worden door operatieve handelingen die het hart betreffen. Om uit te vinden hoe dat te voorkomen is heeft het VUmc een multidisciplinair team samengesteld bestaand uit chirurgen, anesthesiologen, perfusionisten, en intensivisten. Die hebben in de afgelopen jaren gekeken op wat voor manier de noodzaak tot bloedtransfusie beperkt kan worden. Zo is er op de afdelingen cardio-thoracale chirurgie en anesthesiologie van VUmc een perioperatief bloed management programma opgezet en ingevoerd. Doel van dit programma is om het bloedverlies bij hartoperaties te minimaliseren en zo bloedtransfusie te voorkomen. Daarin is het onderzoeksteam meer dan geslaagd. De saillante afname van 75 procent van het aantal bloedtransfusies bij de in het VUmc uitgevoerde hartoperaties is daar getuige van. Ook is het aantal her operaties als gevolg van nabloedingen teruggebracht tot 1,3 procent, een landelijk minimum.

Verbeterde coördinatie en werkwijze loont

Ei van Columbus in deze blijkt een betere samenwerking tussen de verschillende disciplines die betrokken zijn bij dit soort ingrepen. Door het in samenwerking opgezette perioperatieve bloed management programma en het analyseren van de werkwijze en uitvoering van de behandeling zijn grote stappen vooruit gezet. Voorkomen blijkt ook in deze beter dan genezen. Het loont om alles in het werk te stellen om bloedverlies en daarmee transfusies tijdens deze chirurgische ingrepen te minimaliseren. Zo wordt onder andere het bloed van de patiënt opgevangen, schoongemaakt en weer teruggegeven. Daarnaast wordt er nadrukkelijker gekeken naar de ontvankelijkheid van de patiënt bij bloedstollingsmedicijnen. Ook blijkt het spoelen van de wond met zoutoplossing en het grondiger dichtschroeien van de aderen een positief resultaat op te leveren. Zo is de modus operandi tijdens operaties aangepast en zijn zowel pre als post operatieve behandelingen aangescherpt en verbeterd. Het resultaat mag er zijn en zo heeft het VUmc naast een betere behandeling ook de operatieve kosten omlaag weten te brengen. Het VUmc wordt nu door andere hartoperatiecentra geconsulteerd betreffende hartoperaties waarbij de nieuwe werkwijze een positieve effect kan hebben. Het valideren van de positieve resultaten door middel van toegepast wetenschappelijk onderzoek speelt ook een rol in dit succesverhaal.